Externe flitsers
Verwacht geen volledig stuk over alle flitsers; daarvoor zijn er veel te veel. Voor elke smaak wat wils. Een flitser die voor alles te gebruiken is in alle lichtomstandigheden, die ben ik nog niet tegengekomen. En wat verwacht je van een dergelijke externe flitser? Waarvoor wil JIJ die flitser gebruiken? Hoeveel geld heb je ervoor over? Wat moet het richtgetal zijn?
Allemaal vragen die de fotograaf eerst voor zichzelf moet beantwoorden.
Ik heb goede ervaringen met interne flitsertjes, maar die hebben ook hun beperkingen. Je kunt zonder “hulpmiddelen”, zoals o.a. in een ander artikel hier op Fotoapparatuur.nl staat beschreven, alleen recht-voor-z’n-raap fotograferen en maar een beperkte afstand. Meestal een meter of 4.
Dat kan allemaal voldoende zijn. Ik heb ook niks tegen een directe flits. Vooral buiten en min of meer als invulflits kan zelfs de interne flitser mooi resultaat geven. Maar we willen bijna allemaal dat het flitslicht de kwaliteiten van het daglicht evenaart of verbetert. En dan zou het licht niet vanaf ooghoogte moeten komen, maar meer van boven. Indirect flitsen lijkt dan de meest voor de hand liggende oplossing. En zacht licht, omdat films en ook de digitale camera’s minder goed met te hoge contrasten kunnen omgaan. Om contrasten te verlagen kan je heel goed een flitser gebruiken. ’s-Zomers buiten flitsen? Ja, om de hoge contrasten van het harde zonlicht wat te temperen. Maar buiten bouncen / indirect flitsen is meestal een probleem. Ik heb wel eens een witte buitenmuur gebruikt om tegen te bouncen, maar zo’n muurtje is niet altijd bij de hand. Dus een externe flitser waarvan je de flitskop kunt draaien en omhoog kunt richten. Soms is dat voldoende, maar er zijn hulpmiddelen die de kwaliteit van dat flitslicht verder kunnen verbeteren.
Ooit heb ik een LumiQuest softscreen gekocht voor de interne flitser van mijn Sony F828. Het zal wel aan mij liggen, maar dat werkte niet. Sindsdien heb ik een behoorlijke afkeer van te goedkope en zogenaamd eenvoudige oplossingen. Een behoorlijk krachtige externe flitser met een fors richtgetal is meestal voldoende. Een richtgetal ergens tussen de 40 en 60, afhankelijk van je eigen behoefte. Met een flitskop die omhoog gericht kan worden en het liefst ook nog zijdelings draaibaar, zodat je een staande foto ook kunt bouncen via “het plafond”. Zijdelings bouncen vind ik zelf niet zo mooi.
Om het flitslicht dan wat zachter te maken zijn er een aantal hulpmiddelen te koop. Ik noem de softboxen, die te krijgen zijn in verschillende formaten, en de bounc-kapjes. Die laatste vind ik het meest praktisch, maar dat is geloof ik persoonlijk. De softboxen, die over de externe flitsers geplaatst kunnen worden, vind ik te groot, omslachtig, onpraktisch. Maar de resultaten met die boxen kunnen heel goed zijn.
In mijn analoge tijd gebruikten mijn foto-collegae en ik vooral de Metz flitser. Een grote, beetje onhandige, maar goede staafflitser, die indirect kon flitsen en waarop ook een diffusor geplaatst kon worden, zodat het directe flitslicht wat verzacht werd.
Probleem was, dat de krant waarvoor ik werkte, helemaal GEEN geflitste foto’s wilde hebben…. Dus ik gebruikte de flitser (toch!) als een invulflits. Automatisch ging dat met de Metz pas vanaf de Metz CT4 of CT5, dus moest ik daar zelf wat op verzinnen. Licht meten en dan de helft of een kwart flitslicht toevoegen. ’s Avonds op straat zat ik dan nog met 1600 ASA op 1/15 sec of minder, maar dat moest kunnen.
Het diafragma was het grootste probleem. Als ik de camera op F 2.0 had ingesteld, dat moest de flitser op F 1,4 kunnen staan….. en dat kon de Metz niet, voor zover ik mij dat nu kan herinneren. Meestal zat ik dus op F 5,6 of zo, wat de scherptediepte natuurlijk wel weer ten goed kwam, zelfs met een 24 mm op de camera. Zoals Johan Cruijff zou zeggen: ieder nadeel heb weer z’n voordeel! (Cruijff is de enige voetballer die ik ooit zal citeren.)

Koninginnenacht 1988 ofzo…. Leidsestraat / Leidseplein, Amsterdam
Maar net zoals ik nu blij ben, dat ik de donkere kamer met die vieze chemicali�nlucht niet meer in hoef, zo blij ben ik nu ook met volautomatische flitsers, waarmee je heel gemakkelijk kunt inflitsen.
Ook nu heb ik Metz flitsers. Vanwege de prijs vooral, want ik geloof, dat de eigen merk-flitsers toch beter aansluiten bij de camera’s. Zeker nu deze voorzien zijn van zoveel automaten en allerlei technische snufjes. Het sluit gewoon beter aan op elkaar. Maar als dat allemaal geen overweging is, dan gaat het heel goed met een kleinere en goedkopere flitser. Ik ben gek op kleine flitsers, want ik wil vaak niet zoveel rommel meeslepen, als ik de deur uitga om te fotograferen, maar ik wil wel voorbereid zijn op eventualiteiten.
EN… op mijn Canon G9 zet ik wel eens een videolampje op de flitsschoen! Zo’n videolampje past op elke flitsschoen en geeft soms net voldoende licht om zware schaduwen in te vullen, zowel tijdens het filmen als tijdens het fotograferen. Soms vergeten fotografen dat je met compact-camera’s prima een video kunt maken - en dat de video-kwaliteit helemaal niet slecht hoeft te zijn. Nadeel van zo’n videolamp is dat de meeste mensen het niet prettig vinden als zo’n halogeenlamp direct in hun gezicht schijnt. Tegenwoordig zijn er ook LED videolampen, maar die zijn niet prettiger om direct in te kijken.
Ik ben er van overtuigd dat er meer creatieve manieren zijn om extern (flits) licht te gebruiken, maar zoals ik al zei, dit wordt geen allesomvattend artikel over alle externe flitsers.

De ultieme flitser voor mij op dit moment is de flitser die een richtgetal heeft van 58, een zwenkbare flitskop in alle richtingen en snel achter elkaar kan flitsen, eventueel met behulp van een externe accu.
Dat een flitser namelijk ook snel achter elkaar moet kunnen flitsen, zelfs als de flitser indirect word gebruikt, komt omdat flitsers vooral in de reportagefotografie worden gebruikt. Geen huwelijksfotograaf die zonder een flitser op pad gaat. Ook in de persfotografie worden flitsers vaak gebruikt - je wilt geen seconde van de actie moeten missen EN die foto’s moeten scherp en goed belicht zijn. Net als huwelijksfoto’s. Dus de oplaadtijd van een flitser en het vermogen om vaak achter elkaar te fotograferen MET flits zijn van belang in sommige takken van fotografie.
Er zijn nog persfotografen die liever een hoger ISO getal instellen op hun camera en niets geven om een korrel of grain, maar de nieuwe lichting fotografen trekt zich van sfeer verhogend bestaand of aanwezig licht minder aan. Voor mij persoonlijk ligt het aan het onderwerp of ik flits of een hogere ISO instel. Korrel of grain maakt mij niet zoveel uit, mits het niet storend is in het beeld. Maar als het “gewoon” scherp en duidelijk verlicht moet zijn, dan ga ik flitsen. En met een goede flitser die het licht zacht en toch voldoende op het onderwerp gooit, ben ik dan heel tevreden. Zelfs al gaat dat ten kostte van de eventuele sfeer. En laten we wel wezen: niet elk beeld heeft een eigen sfeer….
Bob Canuck 2008




June 23rd, 2008 at 9:47 pm
Ik vind dit wel een leuk stukje om te lezen. Ik heb zelf heel vaak ruzie met mezelf en anderen over het al dan niet flitsen. Ik werk freelance voor een krantje en dan merk ik dat het wat anders is dan fotootjes op een website plaatsen. Af en toe is dat niet geflitste beeld niet scherp genoeg. Dan baal ik omdat ik het zelf het mooiste beeld vind maar het is inderdaad niet goed voor journalistiek.
June 24th, 2008 at 8:24 am
Ja interessant.
Als otto snoek fan flits ik erg graag.
Totnutoe doe ik dat gewoon hup met mn popup flitser, maar toch zal er een keer externe flitser komen, en daarbij is dit stukje ene goeie leidraad.
Dank je.